drug
mannelijk (de)/drʏk/
Wat is de betekenis van drug?
drug betekent: stimulerend, verdovend of hallucinerend middel
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- stimulerend, verdovend of hallucinerend middel
Voorbeelden van "drug" in een zin
- Heb je wel eens een drug genomen?
- Ik liep er wat dichter naartoe om te zien wat er aan de hand was en zag twee Park Rangers, federale politieagenten met verstrekkende bevoegdheden. Ze waren met hun zoeklampen een aantal tenten aan het inspecteren op zoek naar drugs.
Etymologie
*van "drug", in de betekenis van ‘verdovend middel’ aangetroffen vanaf 1968; dit zou via het Frans weer teruggaan op het Nederlandse droog
Vertalingen
Engelsdrug
Fransdrogue
DuitsDroge
Spaansdroga, narcótico
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek