dualis
mannelijk (de)/dyˈwalɪs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (grammatica) tweevoud als getal tussen enkelvoud en meervoud bij de verbuigingen in sommige talenVerder heeft het Gotisch verschil in persoon (1e, 2e en 3e) en numerus (getal): singularis, pluralis maar ook nog dualis. Vgl. nima ‘ik neem’, nimos ‘wij beiden nemen’, nimam ‘wij nemen’.
Etymologie
* uit het Latijn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek