dualis

mannelijk (de)/dyˈwalɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grammatica (grammatica) tweevoud als getal tussen enkelvoud en meervoud bij de verbuigingen in sommige talen
    Verder heeft het Gotisch verschil in persoon (1e, 2e en 3e) en numerus (getal): singularis, pluralis maar ook nog dualis. Vgl. nima ‘ik neem’, nimos ‘wij beiden nemen’, nimam ‘wij nemen’.

Etymologie

* uit het Latijn