Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

dubbeldoelkoe

vrouwelijk (de)/ˌdʏbəlˈdulku/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. veeteelt (veeteelt) runderen die zowel voor het vlees als de melk worden gehouden
    In de blaarkop vind je de laatste resten van de roemruchte dubbeldoelkoe: zowel voor het vlees als de melk, ze is kleiner, compacter, moederlijker dan de moderne koe, die dan ook meer als een marathonloper oogt.
    De heer Osinga hief daarna de "dubbeldoelkoe" op het schild. We dienen niet te streven naar een nabootsing van de melkkoe uit Amerika, zei hij

Etymologie

*, in de betekenis "rund zowel voor melk- als vleesproductie" aangetroffen vanaf 1981 (zie vindplaats hieronder)