Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

dubbelkoe

vrouwelijk (de)/หˆdสbษ™lหŒku/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. veeteelt (veeteelt) runderen die zowel voor het vlees als de melk worden gehouden
    Het vlees dat in zijn restaurant wordt bereid, komt altijd van dichtbij. (โ€ฆ) Ook gebruikte hij al eens een โ€˜dubbelkoeโ€™, een rund dat eerst voor de melk is gebruikt en daarna voor het vlees.

Etymologie

*(verkorting) van dubbeldoelkoe