dufheid

vrouwelijk (de)/ˈdʏfhɛit/

Wat is de betekenis van dufheid?

dufheid betekent: een gevoel waarbij men zich futloos of uitgedoofd voelt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een gevoel waarbij men zich futloos of uitgedoofd voelt

Voorbeelden van "dufheid" in een zin

  • Die vrouw heeft last van dufheid omdat ze weinig slaapt.

Etymologie

*afgeleid van duf