duiden

/ˈdœydə(n)/

Wat is de betekenis van duiden?

duiden betekent: (ov) uitleggen, verklaren, begrijpelijk maken

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) uitleggen, verklaren, begrijpelijk maken
  2. duiden op: een teken zijn dat iets gaat gebeuren

Voorbeelden van "duiden" in een zin

  • Ik probeer te duiden wat hier is gebeurd en met vertraging komt de werkelijkheid bij me binnen.
  • Er was iets in de buurt wat me onrustig maakte, maar ik kon niet zo goed duiden wit, totdat de eerste schoten ons om de oren floten en Nadja en ik in de varens doken.
  • Een hoofdkenmerk [van de rationaliteit] is dat de mens zich 'afzet' van zijn omgeving, die hij trouwens rationeel probeert te duiden.
  • Alles duidde op een komende onweersbui.

Etymologie

*Afgeleid van het Middelnederlandse duden (Vlaams: dieden), van het Oudhoogduitse diuten, van het Oudfriese bithiuda, van het Oudengelse geðiedan, van het Oudnoorse þýða en þeuðō ("volk"). Mogelijk betekende "dieden" 'voor het volk begrijpelijk maken' ofwel 'aan het volk uitleggen'.

Vertalingen

Engelsinterpret, point to
Spaansinterpretar, señalar, indicar