duik
mannelijk (de)/dœyk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een sprong waarbij men zich -meest ondersteboven- onder water begeeftOp 10 juli 2019 bereikt la belle fille op haar racefiets zwoegend de top. Ze zou net als haar voorgangers uit de 17de eeuw ook wel een frisse duik willen nemen, maar voorlopig volstaan gulzige slokken uit haar bidon.
- het zich in water onderdompelenIk stopte alleen om af en toe een duik in een meertje te nemen.
Vertalingen
Engelsdive
Spaanszambullida
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek