duikelaar

mannelijk (de)/ˈdœykəˌlar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. speeltuigje met een verzwaarde voet dat omvergeworpen zichzelf weer in rechte stand terugbrengt
    Z'n dochtertje zat met een duikelaartje te spelen.
  2. gentachtigen (gentachtigen) bepaald soort vogel, , die voorkomt in de moerassen van de beide Amerika's, waaronder Suriname, die vaak alleen met zijn lange hals boven water zwemt
  3. sport (sport) speler van een balspel zoals voetbal die de neiging heeft zich opzichtig te laten vallen om een vrije trap uit te lokken
  4. slome ~ een niet al te snugger persoon
    Die slome duikelaar hoef je dat echt niet te vragen.

Etymologie

*[4] (eponiem) naar Sjloume Duikelaar, schuilnaam van een Amsterdams joods marktkoopman en schrijver (1745-1819)

Vertalingen

Engelsroly-poly toy, tilting doll, tumbler
DuitsStehaufmännchen