duin

vrouwelijk (de)/dœyn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een zandheuvel aan de kust
    Jullie moeten de duinen ontzien, want ze zijn de beste zeewering die we hebben.
  2. het stelsel van zandheuvels aan de kust
    Hij ging graag voor een wandeling het duin in.

Etymologie

* Leenwoord uit het Keltisch, in de betekenis van ‘zandheuvel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1067

Vertalingen

Engelsdune
Fransdune
DuitsDüne
Spaansduna
Italiaansduna
Portugeesduna
Russischдюна
Chinees沙丘
Japans砂丘
Poolswydma
Zweedsdyn, sanddyn
Deensklit