duizeligheid
vrouwelijk (de)/ˈdœyzələxˌhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) het gevoel zijn evenwicht te verliezen
Etymologie
*Afgeleid van duizelig .
Vertalingen
Engelsdizziness
Fransvertige
DuitsSchwindel
Spaansmareo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek