dun
/dʏn/
Wat is de betekenis van dun?
dun betekent: slechts weinig vet bevattend, mager [1], schraal
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- slechts weinig vet bevattend, mager [1], schraal
- van geringe dikte
- vloeibaarder dan zou moeten
- als er veel ruimte zit tussen de verschillende haren
- weinig steekhoudend of overtuigend, zwak
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dunnen
- gebiedende wijs van dunnen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dunnen
Voorbeelden van "dun" in een zin
- De jonge vrouw was nog heel dun.
- Er viel een dun strookje papier uit dat op de grond dwarrelde.
- Het was een ijskoude nacht en ik werd meerdere malen bibberend wakker. Verbaasd zag ik de volgende ochtend dat er een dun laagje ijs op mijn tent lag.
- De soep was veel te dun omdat er teveel water bij was gedaan.
- De man van middelbare leeftijd had reeds dun haar, maar kaal was hij nog niet.
Etymologie
In de betekenis van ‘niet dik, smal’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
bugᨊᨗᨄᨗ
Deenstynd
Duitsdünn
Engelsthin
latenuis
notynn
nntynn
Poolscienki
Spaansfino
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek