dunken

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. onpr, copl (onpr) (copl) voorkomen (het oordeel zijn van), als mening hebben
    Dat is, me dunkt, een hele klus.
werkwoord
  1. ov, sport, basketbal (ov) (sport) (basketbal) hoog opspringend de bal in de basket duwen

Etymologie

*Van het Engelse dunk, benaming voor een score of schot bij het basketbal

Vertalingen

Engelsseem to, dunk
Duitsdünken
Spaansparecer, opinar