dunne

mannelijk (de)/ˈdʏnə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon (persoon) iemand met een magere gestalte
    Maar als je zo lang op televisie bent geweest dat je drie generaties kinderen hebt leren oversteken (‘Kijk links, kijk rechts, en nog een keer’) en uitdrukkingen hebt gemunt als ‘Wat er ook gebeurt, altijd blijven lachen’ en ‘Dat ga ik eens aan de binnenkant van mijn ogen bekijken’ dan ben je net zo’n begrip als, zeg, De dikke en de dunne of Koot en Bie.
  2. informeel, medisch (informeel) (medisch) darmstoornis die de ontlasting vloeibaar maakt
    Mijn hond is aan de dunne.

Etymologie

*: "dun" met de uitgang -e

Vertalingen

Engelssquits
Franscliche
DuitsDünnschiss, Dünnpfiff