durf

mannelijk (de)/ˈdʏrᵊf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het vermogen om moed te tonen
    Heb jij de durf om het anders te doen.
  2. iets kunnen doen wat nuttig is maar ook gevaarlijk
    Hij had de durf om tegen zijn baas te zeggen dat het werk te zwaar en te gevaarlijk is.

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->

Vertalingen

Engelscourage, daring
Spaansvalentía, valor