duro

mannelijk (de)/ˈduro/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. numismatiek (numismatiek) na 1864 naam voor de Spaanse munt van 5 peseta
    Ik zei tegen de jongen dat ik nu niets wilde drinken en ik gaf hem een duro.
  2. numismatiek (numismatiek) vanaf 1686 naam voor de Spaanse daalder van 27 gram zilver
    Het natuurlijk gevolg was, dat de niño nog een duro kreeg.

Etymologie

*van "duro"