dwalen
/ˈdwalə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) zonder kennis van waar men is rondbewegenWe zijn uren door die stad gedwaald voordat we eindelijk een bruikbaar verkeersbord zagen.
- (inerg) zonder kennis van waar men is bewegenWe hebben gelukkig niet zo lang gedwaald.
- (inerg) geestelijk zich op een afwijkend pad bevinden, het mis hebbenEr werd bepaald dat de bisschop gedwaald had met deze omstreden uitspraak.
Etymologie
* In de betekenis van ‘zich vergissen (in de weg)’ voor het eerst aangetroffen in 901
Vertalingen
Engelsroam, wander, wander
Spaansdescarriarse, desviarse, extraviarse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek