dwangsombeschikking
vrouwelijk (de)/ˈdwɑnsɔmbəˌsxɪkɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) (regering) overheidsbesluit dat iemand opdraagt om aan een wettelijke eis te voldoen of anders een boete te betalen die zeker zo kostbaar isHij haalde regelmatig de krant. Bijvoorbeeld toen de gemeente hem in de jaren negentig een dwangsom oplegde, omdat hij na sluitingstijd nog met wat mensen aan de bar zat na te praten. Willem werd furieus en plakte de dwangsombeschikking demonstratief op het caféraam.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek