Dwars
/dʋɑrs/
Wat is de betekenis van Dwars?
Dwars betekent: in de breedterichting
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- in de breedterichting
- geneigd medewerking te weigeren
- ergens helemaal doorheen dus ook door het midden
bijwoord
- in de breedterichting
- ~ liggen: niet meewerken, tegenstand bieden
- iemand iets ~ zitten: een wrok koesteren over iets
Voorbeelden van "Dwars" in een zin
- Schouderbinnenwaarts is dus eigenlijk iets dwarser dan schoudervoor.
- In maanden die volgden werd Daantje steeds dwarser en dwarser.
- We lopen al lang niet meer over een pad, maar dwars over een akker heen, de ruïne steeds verder achter ons latend.
- Waarom ging ik zes maanden op de Pacific Crest Trail (PCT) dwars door Amerika lopen?
- Dwars door de sloot lag een omgevallen knotwilg.
Etymologie
In de betekenis van ‘scheef, weerbarstig’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Vertalingen
Duitsquer
Engelstransverse, abeam
Franstransversal
Spaansde soslayo, transverso, trasversal, al soslayo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek