eïs

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) een met een halve toon verhoogde toon "e"
    De toon “eïs” klinkt in de getempereerde stemming gelijk aan de toon “f”.
  2. muziek (muziek) de grondtoon (tonica) van de “eïs-mineurtoonladder”, tevens een korte aanduiding van die toonladder
    Op de notenbalk van een etude in eïs, staan acht kruisen als voortekens.
  3. muziek (muziek) de grondtoon van het “eïs-mineurakkoord”, de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de kleinetertstoonladder op die toon
    De drie tonen van het eïs-mineurakkoord (symbool: Em) in grondligging, zijn: eïs - gis - bis.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘met een halve toon verhoogde e’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1890

Vertalingen

EngelsE-sharp, Eïs-sharp minor, E-sharp minor
Fransmi dièse, mi dièse mineure, mi dièse mineur
Duitseïs, eïs-Moll, eïs-Moll