echtbreekster

vrouwelijk (de)/ˈɛxtbrekstər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw die een scheiding aanvraagt; getrouwde vrouw die een liefdesrelatie aangaat met een andere man of vrouw
    Hij stamelde dat de koningin van Schotland een echtbreekster was en werd verdacht van moord en dat hij een man was die ervan hield op een veilig hoofdkussen te slapen.

Etymologie

* van echtbreken