eclips
mannelijk/vrouwelijk (de)/eˈklɪps/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (astronomie) het verschijnsel waarbij een ster en twee of meer andere hemellichamen in één lijn komen te staan, waardoor de schaduw van het ene hemellichaam het andere verduistertDe zons- en maansverduistering zijn de voor de mens meest zichtbare eclipsen.Het verduisteren van de maan begon rond 04.30 uur en een uur later begon de totale eclips. Maar doordat een kwartiertje later de zon alweer opkwam in Nederland, kon alleen de start worden waargenomen.
Etymologie
*Via het Franse éclipse en het Latijnse eclipsis ontleend aan het Oudgriekse zelfstandig naamwoord ἔκλειψις (ékleipsis). Dit was een naamwoordelijke afleiding van het werkwoord ἐκλείπω (ekleípō, "weggaan, verduisteren"), zelf afgeleid van het werkwoord λείπω (leípō, "achterlaten") met het voorvoegsel ἐκ- (ek-) dat is afgeleid van het voorzetsel ἐκ/ἐξ (ek/ex, "uit").
Vertalingen
Engelseclipse
Franséclipse
DuitsEklipse
Spaanseclipse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek