ecologie
vrouwelijk (de)/ˌekoloˈɣi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wetenschap) (biologie) de tak van wetenschap die het samenspel tussen organismen onderling en hun relatie met hun omgeving bestudeertDeze maand is het precies 50 jaar geleden dat Neil Armstrong als eerste mens voet op de maan zette, en daar staat de Universiteit van Nederland* bij stil. In het gloednieuwe college van professor Angelo Vermeulen (TU Delft) spreekt hij over wat je als nieuwe maanbewoner nodig hebt op gebied van onderkomen, ecologie en mentaliteit. Tubantia 2 jul. 2019 [https://www.tubantia.nl/wetenschap/dit-is-hoe-je-kunt-leven-op-de-maan~abf82a71/ Dit is hoe je kunt leven op de maan]
- de levende natuur in het algemeen met alle onderlinge relaties tussen de verschillende organismen"Bij de aanbesteding van windparken moet ecologie kernonderdeel zijn van de beoordeling", zei Jetten, die vandaag een werkbezoek bracht aan een groot park voor de kust van Zeeland.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘leer van de betrekkingen tussen dieren en planten en hun leefomgeving’ voor het eerst aangetroffen in 1938
Vertalingen
Engelsecology
Fransécologie
DuitsÖkologie
Spaansecología
Italiaansecologia
Portugeesecologia
Russischэкология
Chinees生態, 生态
Japans生態学, せいたいがく
Koreaans생태학
Arabischعلم البيئة
Turksekologi
Poolsekologia
Zweedsekologi
Deensøkologi
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek