eenvoud
mannelijk (de)/ˈeɱvɑut/
Wat is de betekenis van eenvoud?
eenvoud betekent: afwezigheid van pracht en praal
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- afwezigheid van pracht en praal
- dat iets niet ingewikkeld of complex is
Voorbeelden van "eenvoud" in een zin
- mooi in al zijn eenvoud
- Eenvoud is een kenmerk van het ware.
- Het was prachtig en overweldigend geweest in de bergen maar ik verlangde naar de eenvoud en openheid van de woestijnheuvels van Noord-Californië die nu voor me lagen. Ik was lang genoeg uit mijn comfortzone geweest en verlangde naar de comfortzone die voor me lag.
Etymologie
*afgeleid van een
Vertalingen
Engelssimplicity
Franssimplicité
DuitsEinfachheit
Spaanssencillez, simplicidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek