eerwraak

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈer.wrak//

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uit het gewoonterecht voortvloeiend recht en (gevoeld) plicht om de familie-eer te zuiveren door moord op de schender of degene die schuldig bevonden wordt aan het eerverlies van diens familie
    De rechtbank in Den Haag heeft gisteren de 20-jarige Turk H.T. uit Leiden, die met als motief eerwraak op 28 februari van dit jaar zijn landgenoot Mernis Tank (35) in Leiden neerschoot, veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf.
    de verkrachte vrouw werd om redenen van eerwraak door haar echtgenoot vermoord

Etymologie

* (neologisme) in de jaren 70 bedacht door de turkoloog Ane Nauta (die tevens als Turkije-deskundige bij de Haagse rechtbank werkzaam was). Voor het eerst aangetroffen in 1976, zie vindplaats hieronder.

Vertalingen

Engelshonour killing, honor killing
Franscrime d’honour
DuitsEhrenmord
Spaanscrimen de honor
Italiaansdelitto d'onore
Russischубийство чести
Zweedshedersmord
Deensæresdrab