eindstuk

onzijdig (het)/ˈɛintstʏk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. laatste deel
    Déroche’s grote bijdrage is dat hij het voorstuk, middenstuk en eindstuk heeft gevonden van een vroege Koran: de Codex Parisino-petropolitanus, zo genoemd omdat de delen worden bewaard in Parijs en Petersburg.
    Pas wanneer we een groter eindstuk van twee woorden gelijk maken (vanaf, en inclusief, de klinker(-klank) in de laatste beklemtoonde lettergreep) horen we het. We spreken dan van eindrijm, of kortweg rijm.
  2. uiterste deel van een groter geheel, onderdeel dat aan een uiteinde wordt bevestigd
    Het aangezicht van de bumpers is ook veranderd: eindstukken van kunststof beschermen thans ook de zijkanten van de; wagen.
    Zij prikkelen echter niet slechts dit eindstuk van de urineorganen, maar ook de blaas en, wat nog bedenkelijker is, de nieren, en dat wel dermate, dat gevaarlijke [n]ierontstekingen kunnen ontstaan.
  3. document gemaakt als afsluiting van werkzaamheden (vaak in meervoudsvorm)
    Het is echter wel zeer onwaarschijnlijk dat De Koning in zijn eindstukken een precieze verdeling van de kabinetsposten zal opnemen.
  4. onderwijs (onderwijs) toneelstuk of musical dat als feestelijke afsluiting van (een deel van) een opleiding wordt opgevoerd
    Zoals jullie weten, gaan we dit jaar een eindstuk opvoeren. Jullie zitten op een musicalopleiding.