eindstuk
onzijdig (het)/ˈɛintstʏk/
Wat is de betekenis van eindstuk?
eindstuk betekent: laatste deel
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- laatste deel
- uiterste deel van een groter geheel, onderdeel dat aan een uiteinde wordt bevestigd
- document gemaakt als afsluiting van werkzaamheden (vaak in meervoudsvorm)
- (onderwijs) toneelstuk of musical dat als feestelijke afsluiting van (een deel van) een opleiding wordt opgevoerd
Voorbeelden van "eindstuk" in een zin
- Déroche’s grote bijdrage is dat hij het voorstuk, middenstuk en eindstuk heeft gevonden van een vroege Koran: de Codex Parisino-petropolitanus, zo genoemd omdat de delen worden bewaard in Parijs en Petersburg.
- Pas wanneer we een groter eindstuk van twee woorden gelijk maken (vanaf, en inclusief, de klinker(-klank) in de laatste beklemtoonde lettergreep) horen we het. We spreken dan van eindrijm, of kortweg rijm.
- Het aangezicht van de bumpers is ook veranderd: eindstukken van kunststof beschermen thans ook de zijkanten van de; wagen.
- Zij prikkelen echter niet slechts dit eindstuk van de urineorganen, maar ook de blaas en, wat nog bedenkelijker is, de nieren, en dat wel dermate, dat gevaarlijke [n]ierontstekingen kunnen ontstaan.
- Het is echter wel zeer onwaarschijnlijk dat De Koning in zijn eindstukken een precieze verdeling van de kabinetsposten zal opnemen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek