eis
mannelijk (de)/ɛɪ̯s/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een dwingende vraag, een noodzakelijke voorwaarde voor ietsDe eisen voor toelating tot deze universiteit zijn heel zwaar.Haar vader de baron verlangde een welgestelde schoonzoon en dat was een onmogelijke eis.
- (juridisch) de straf die de officier van justitie passend vind om opgelegd te wordenDe eis van de officier van justitie was een levenslange gevangenisstraf. De advocaat van de verdachte pleitte echter voor vrijspraak.
Etymologie
*Afkomstig van het Middelnederlandse eisc, Middelnederduitse eisch
Uitdrukkingen
- eisen stellen aan iemand
Vertalingen
Engelsdemand
Fransexigence
DuitsForderung
Spaansexigencia
Russischтребование
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek