elektron

onzijdig (het)/eˈlɛktrɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. deeltjesfysica, elektrotechniek (deeltjesfysica) (elektrotechniek) elk van de buiten de kern van het atoom gelegen elementaire deeltjes, het lichtste deeltje met een elektrische negatieve lading
    De elektronen kunnen lading doorgeven.
  2. metallurgie (metallurgie) witte magnesiumlegering met aluminium, zink, koper, mangaan en silicium, lichter dan aluminium

Etymologie

*van "electron", in 1891 door de 19e-eeuwse Ierse natuurkundige gevormd als kofferwoord uit en , in de betekenis van ‘elementair deeltje’ aangetroffen vanaf 1902

Vertalingen

Engelselectron
Fransélectron
DuitsElektron
Spaanselectrón, negatrón
Turkselektron
Poolselektron