entertainer

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. artiest die het publiek met liedjes, grapjes en verhalen vermaakt
    Het zal geen toeval zijn dat Arjen Lubach en zijn eindredacteur Janine Abbring uit Groningen komen. Ook entertainer Freek de Jonge, geboren in die provincie, voert al een tijdje actie tegen het afschepen van mensen op een manier waar de NAM in de Randstad vermoedelijk niet mee weg zou komen. NRC Hans Beerekamp 30 januari 2017
    Hij was een bescheiden Britse kostschooljongen met een keurig Engels accent die, eenmaal op het podium, in een echte entertainer veranderde en als een kleine Mark Knopfler een weergaloze gitaarsolo neerzette.

Etymologie

*uit het Engels entertain: amuseren