epenthesis

vrouwelijk (de)//eˈpɛntəˌzɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) insertie van een of meer klanken of een lettergreep aan het woordmidden
    Vele Nederlandse woorden bevatten een epenthesis om twee zelfstandige naamwoorden te verbinden.

Etymologie

*via laat Latijn """, van "ἐπένθεσις" (epénthesis), afleiding uit "ἐπεντίθημι" (epentíthēmi) ‘ik voeg in’, gevormd uit "ἐπί" (epí) ‘bij’ + "ἐντίθημι" (entíthēmi) ‘ik steek in’, van "ἐν" (en) ‘in’ + "τίθημι" (títhēmi) ‘ik plaats, stel’; in de betekenis ‘insertie’ aangetroffen vanaf 1550

Vertalingen

Engelsepenthesis
Fransépenthèse
DuitsEpenthesis, Epenthese
Spaansepéntesis
Italiaansepentesi
Poolsepenteza