equinox

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. astronomie (astronomie) het moment dat de zon het denkbeeldige vlak van de evenaar in zuidelijke of noordelijke richting passeert, de nacht duurt dan evenlang als de dag (nachtevening)
    Bij het lente- en herfstpunt is er sprake van equinox.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘dag- en nachtevening’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847

Vertalingen

Engelsequinox
Franséquinoxe
DuitsÄquinoktium
Spaansequinoccio