erfdochter

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dochter die een belangrijke erfenis van haar ouders kan verwachten
    Uw leven is voor u afgepaald: gij zult in uw stad en uw land regeren en een rijke erfdochter huwen en u een schoon huis stichten en kinderen verwekken, die u vreugde geven en eer doen aan uw grote naam.