erfenis

vrouwelijk (de)/ˈɛrfənɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) het geheel aan bezittingen en schulden dat door de erflater bij zijn overlijden wordt nagelaten aan de erfgenamen
    De erfenis was niet erg groot.
    Dit is het verhaal van Kleine Woord, een jongen die op reis ging om het geheim te ontdekken van een erfenis, die hij van zijn vader had gekregen. {{Aut|Herzen, Frank
    Harolds zaak was ook succesvol, maar zonder Sarahs erfenis zouden ze zich dit leven niet kunnen permitteren.
  2. (overdrachtelijk) datgene waarmee men uit de voorgeschiedenis of gebeurtenis geconfronteerd wordt, of wat een persoon, bedrijf of organisatie achterlaat aan bijvoorbeeld kennis, normen en waarden
    Zuid-Afrika zal nog lang met de erfenis van de apartheid te maken hebben.
  3. dat wat men nalaat aan het nageslacht
    Je kunt het waanzin noemen, je kunt het mijn zoektocht naar een rechtvaardige erfenis noemen, maar ik gaf niet op.
    Bevend tilt Cornelia Marens enige erfenis van haar levenloze borst.

Etymologie

* Middelnederlands eruenesse, afleiding op -nesse van erven.

Vertalingen

Engelsestate, inheritance
Franshéritage
DuitsErbschaft, Nachlass
Spaansherencia
Zweedsarv