Ernst
mannelijk (de)/ˈɛrᵊnst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- stemming waarin men de dingen in hun wezenlijke waarde wil zienDe ernst van de situatie bereikte zijn hoogtepunt.
- de keer dat men ernstig isZe sprak met grote ernst aan de gevolgen van haar beslissing.
Etymologie
* In de betekenis van ‘serieuze gestemdheid, oprechtheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100
Vertalingen
Engelsseriousness
Franssérieux
DuitsErnst
Spaansseriedad, gravedad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek