Ernst

mannelijk (de)/ˈɛrᵊnst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stemming waarin men de dingen in hun wezenlijke waarde wil zien
    De ernst van de situatie bereikte zijn hoogtepunt.
  2. de keer dat men ernstig is
    Ze sprak met grote ernst aan de gevolgen van haar beslissing.

Etymologie

* In de betekenis van ‘serieuze gestemdheid, oprechtheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100

Vertalingen

Engelsseriousness
Franssérieux
DuitsErnst
Spaansseriedad, gravedad