etage
vrouwelijk (de)/eˈtaʒə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) verdiepingHij woonde op de derde etage van het flatgebouw.
- appartement (woning in een flat).Hij huurde een etage in Parijs en begon daar te schrijven aan zijn roman.
- (geologie) een geologisch tijdperk, chronostratigrafische eenheidHet geologisch tijdperk Maastrichtien (Vlaanderen: Maastrichtiaan) is de laatste tijdsnede in het Laat-Krijt. Het is tegelijkertijd een etage in de Europese chronostratigrafie.
Etymologie
* Van het Franse "étage". In de betekenis van ‘verdieping’ voor het eerst aangetroffen in 1786. staatsie heeft dezelfde etymologische herkomst, en is in het Nederlands al eerder ontleend.
Vertalingen
Engelsfloor, storey, story
Fransétage
Spaanspiso, planta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek