ether
mannelijk (de)/ˈetər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde) een organische verbinding met de functionele groep R-O-R'De meeste ethers zijn vluchtige vloeistoffen.
- (natuurkunde) een denkbeeldige substantie waarvan men vóór de komst van de relativiteitstheorie aannam dat deze het universum vervulde en de drager was van de elektromagnetische golvenDeze zender is niet langer in de ether.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘verdovende vloeistof’ voor het eerst aangetroffen in 1778
Vertalingen
Engelsether
DuitsÄther
Spaanséter
Russischэфир
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek