fabriekshal
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- grote ruimte waarin goederen worden geproduceerd die deel uitmaakt van een fabriekQuispel duwde hem open en ze stonden in de hoge, brede gang, die eerder iets van een fabriekshal had.Bij een explosie in een hal van een explosievenfabriek in Rusland zijn zestien mensen om het leven gekomen. Volgens lokale media gebeurde het ongeluk in de fabriekshal toen werknemers aan het begin van hun dienst de machines wilden aanzetten.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek