facilitator

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon, groep of instelling die iets faciliteert
    Het heeft weinig zin Trump belachelijk te maken, maak belachelijk wat Trump mogelijk maakt: het benepen eigenbelang van kiezers, de cynische hypocrisie van (christelijk) rechts, de blinde vlekken van bourgeois links, de rol van commercie en media, het vampirisme van de abject rijken, en een internet dat van utopisch idee is verworden tot facilitator van oligarchie en fascisme.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/03/27/welke-parallellen-zijn-er-te-trekken-tussen-nixon-en-trump-de-satirische-roman-the-public-burning-wijst-de-weg-a4887848 www.nrc.nl (27 mrt 2025)]

Etymologie

* van faciliteren