factotum

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die vele kleine karweitjes kan opknappen
    En ineens zomert het in de Algarve. Ik merk dat aan de mierencolonnes in de gaarde en aan het nerveuze gedrag van Laudalino, de factotum van mijn dorp. Tijdens carnaval loopt het manusje-van-alles in een fluorescerend hesje voor de stoet uit, druk fluitend en woest met zijn armen zwaaiend. Niemand let echter op de regelaar want het dorp is dan verkeersvrij.Volkskrant Arthur van Amerongen 13 juni 2016,

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘manusje-van-alles’ voor het eerst aangetroffen in 1605

Vertalingen

Engelsjack of all trades