faience

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wit geglazuurd en beschilderd aardewerk, oorspronkelijk uit Faenza (Italië)

Etymologie

* Leenwoord van Frans "faïence", in de betekenis van ‘soort aardewerk’ voor het eerst aangetroffen in 1824

Vertalingen

Engelscrockery, earthenware, pottery
Fransfaïence
Spaansloza