familiebezit
onzijdig (het)
Wat is de betekenis van familiebezit?
familiebezit betekent: iets waar een familie (al generaties lang) eigenaar van is
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets waar een familie (al generaties lang) eigenaar van is
- iets wat door privépersonen bezeten wordt
Voorbeelden van "familiebezit" in een zin
- Zijn studie wordt geen succes. Hij geeft haar in 1847 op en neemt zijn intrek op het ouderlijk landgoed, dat na de verdeling van het familiebezit zijn eigendom is geworden.
- Kasteel Duivenvoorde was 800 jaar familiebezit, maar straks niet meer
- Museum Singer Laren heeft een aquarel van Anton Mauve (1838-1888) gekregen uit een erfenis. Het werk, Aan de ploeg, was jarenlang familiebezit, meldt NH Nieuws. Het geldt als een van de hoogtepunten uit het werk van Mauve.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek