familieboerderij
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een boerderij die in het bezit is van (meerdere generaties van) een familieDaarna weten we weinig meer van hen, behalve dat Harbo in 1908 overleed aan een longontsteking en dat Samuelsen Amerika voor gezien hield en terugging naar huis, naar de familieboerderij in Farsund.Het ongeluk gebeurde op de familieboerderij in de plaats Hillsborough, ten zuiden van Belfast. Wat er precies is gebeurd, kan de politie nog niet zeggen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek