familietak
mannelijk (de)/faˈmiliˌtɑk/
Wat is de betekenis van familietak?
familietak betekent: deel van een familie dat een bepaalde gemeenschappelijke voorouder heeft
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- deel van een familie dat een bepaalde gemeenschappelijke voorouder heeft
Voorbeelden van "familietak" in een zin
- Toevalligerwijs kwam ik tijdens het schrijven in contact met mijn achterneef Jelle Brouwer, afkomstig uit dezelfde familietak (zijn oma en de mijne waren zussen). Hij was een stamboom aan het maken van onze familie.
- Cabaretier Jochem Myjer ging voor het televisieprogramma Verborgen Verleden op zoek naar zijn voorouders en tijdens de opnames daarvan overleed zijn honderdjarige oma. Hij raakt zichtbaar ontroerd als hij het over zijn oma heeft. „Mijn oma overleed precies op het moment dat ik haar familietak aan het uitspitten was.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek