familietraditie

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een al langer bestaande gewoonte binnen een groep van bloedverwanten
    Maar de kans is heel groot dat u tóch gaat. Voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2014 viel de opkomst mogelijk tegen met 53%, maar voor de Tweede Kamerverkiezingen in 2012 was de opkomst bijna 75%. Politicologen onderzoeken al langer oorzaken voor een hoge opkomst ondanks de irrationaliteit die aan verkiezingen kleeft. Zij wijzen op verschillende factoren. De belangrijkste factor lijkt een bepaald (burger)plichtsgevoel, gevoed door bijvoorbeeld lidmaatschap van een partij of belangengroep, familietraditie en persoonlijke gewoontes. NRC Petra Jonkers 1 november 2016