fandag

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een evenement dat één dag duurt voor de supporters van een artiest of sportclub
    Agterberg is sinds drie jaar op Zandvoort actief als marshal. "Via een collega kwam ik er meer over te weten op een fandag. Het is nu echt een hobby geworden."
    Yilmaz en Erdogan sluiten zich aan bij de selectie en zijn meteen opgenomen in de selectie voor de laatste oefenwedstrijd tegen VVV-Venlo, komende zaterdag tijdens de fandag van de Limburgse club. De eerstvolgende training staat gepland op maandag 1 augustus.