fantoom
onzijdig (het)/xxxx/
Wat is de betekenis van fantoom?
fantoom betekent: spook, droombeeld
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- spook, droombeeld
- oefenpop gebruikt in geneeskundig onderwijs
Voorbeelden van "fantoom" in een zin
- Hij zag in zijn dromen altijd het fantoom van zijn oma.
- Een reanimatie oefenen de studenten eerst op het fantoom.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘spook’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek