fascist
mannelijk (de)/fɑ.sʲɪst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (politiek) oorspronkelijk: een aanhanger van Mussolini's politieke beweging in het Italië van de jaren 1920 tot 1945De fascisten vonden ruime steun van de straatarme bevolking, onder andere omdat zij de maffia bestreden.
- (politiek) enige aanhanger van een autocratische, corporatistische stroming die politiek geweld niet schuwtPresident Bush is herhaaldelijk voor fascist uitgemaakt.Harris reageert daarmee op uitspraken van John Kelly, de vroegere stafchef van Trump. Die zegt dat "de algemene definitie van fascist van toepassing is op Trump" en dat Trump meermaals beweerde "dat Hitler ook enkele goede dingen gedaan heeft."[https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2024/10/24/democratische-presidentskandidate-kamala-harris-vindt-dat-donald/ www.vrt.be (24 okt 2024)]
Etymologie
*Van het Latijn fasces (de pijlenbundel die het symbool van de macht van de Romeinse staat was)
Vertalingen
Spaansfascista
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek