fax

mannelijk (de)/fɑks/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. telecommunicatie (telecommunicatie) een apparaat waarmee documenten per telefoon verzonden kunnen worden, faxtoestel
    Ik gebruik mijn fax iedere dag.
  2. communicatie (communicatie) een per fax verzonden bericht, faxbericht
    Heb je mijn fax nog ontvangen?

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘systeem van telecommunicatie’ voor het eerst aangetroffen in 1982

Vertalingen

Spaansfax, fax