faxpost

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het versturen van post met behulp van een telefoonlijn en een faxmachine
    Irma weet nog wel meer verhalen. „Er kwamen hier vaak chauffeurs van een bepaald bedrijf. Zij reden echt kilometers om. Dat werd hun baas zat, het kostte immers tijd en brandstof. Zijn chauffeurs hebben hem toen uitgenodigd eens te gaan kijken. Hij is geweest en draaide om als een blad aan de boom. Bij het weggaan liet hij een envelop achter om een rondje te geven en zijn chauffeurs móéten nu langs ons restaurant, omdat hij alle faxpost en opdrachten hier laat komen.” Reformatorisch Dagblad Arie Coster 20-08-2003 [https://www.rd.nl/vandaag/economie/zonder-transport-staat-irma-stil-1.185676 Zonder transport staat Irma stil]

Vertalingen

Engelsfaxpost, intelpost