Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
fazantspoorkoekoek
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (koekoeksvogels) een koekoek die net als de andere spoorkoekoeken geen broedparasiet is, maar zelf een nest bouwt en de eigen eieren uitbroedt. Deze soort komt voor in Australië en Nieuw-Guinea
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek