Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

feestgeluid

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het lawaai dat men tijdens een feest maakt
    Burgemeester Knip besloot donderdag dat er na 15.00 uur in de stad geen sprake meer mocht zijn van feestgeluid. β€žDat past niet bij wat er vandaag in Apeldoorn is gebeurd”, lichtte hij toe.
    Yelle is aan de telefoon bijna niet te verstaan door al het feestgeluid op de achtergrond: hij is aanwezig bij de huldiging van de club in Sittard.