Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
feestgeluid
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het lawaai dat men tijdens een feest maaktBurgemeester Knip besloot donderdag dat er na 15.00 uur in de stad geen sprake meer mocht zijn van feestgeluid. βDat past niet bij wat er vandaag in Apeldoorn is gebeurdβ, lichtte hij toe.Yelle is aan de telefoon bijna niet te verstaan door al het feestgeluid op de achtergrond: hij is aanwezig bij de huldiging van de club in Sittard.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek